Van achter de dijk tot buitendijks
Almere en Lelystad manifesteren zich beide als steden achter de dijken, omdat het ten tijde van het oorspronkelijke ontwerp niet de bedoeling was dat zij aan een open water zouden liggen. Nu dat wel het geval blijkt te zijn, bestaat de wens om de steden te verrijken met een waterfront en andersom vanaf het water een uitnodigend stadsfront te kunnen realiseren. Dit kan de monocultuur van zowel Almere als Lelystad doorbreken en, in het geval van Almere, kan dit tevens bijdragen aan een beter herkenbare band met Amsterdam.
Het toekomstbestendige ecologisch systeem is mede geënt op zijn betekenis voor het woonklimaat en de economische concurrentiekracht in de Noordvleugel en in plaatsen. Als drager van de landschappelijke kwaliteit van Markermeer en IJmeer, is het gewenst dat de natuur zich goed verhoudt tot de stedelijke ontwikkeling. Dat recreatief gebruik de natuur verstoort, of dat er areaalverlies optreedt door verstedelijking, is deels onvermijdelijk. Het toekomstig ecologisch systeem zal dermate robuust moeten zijn dat dergelijke lokale verstoring de totale gebiedsversterking niet aantast. Uit de Natuurbeschermingswet volgt dat de ecologische draagkracht voor beschermde soorten niet onder een bepaald minimum mag zakken. Grootschalige buitendijkse bouw is dus niet mogelijk zonder grootschalige investeringen in de natuur. Die natuur zou ook de tijd moeten krijgen een nieuw evenwicht te vinden voor het bestand is tegen intensiever menselijk gebruik.
Uit een eerste globale effectbeoordeling blijkt dat een verbeterde ecologische structuur lokale stedelijke en recreatieve invloeden kan opvangen. Het betreft een eerste verkenning van buitendijkse bebouwing zoals die nu in onderzoek is bij Almere, Lelystad en Hoorn. Voorbehoud is dat specifieke ontwerpopgaven worden uitgevoerd en dat de omvang van de ecologische maatregelen nog nader moet worden bepaald.
Gebruikt zijn profielendocumenten uit Natura 2000 waarin staat waarvoor beschermde soorten - 23 plant- en diersoorten (van aalscholver, driehoeksmossel tot fuut, zeearend, snoek en fytoplankton) - gevoelig zijn. Ook zijn oordelen van deskundigen meegenomen. De effecten van verstedelijkingsopties zijn beoordeeld. Daarbij valt te denken aan invloed door verstoring door licht, beweging, lawaai, het slibgehalte, de structuur van de oevers, het voedselaanbod etc..